I. ALGEMENE INLEIDING
1. De wijze van leren
2. De terminologie
3. Goocheleffecten
4. De vertoning
5. De psychologie
[a] De afleidingskunst
[b] Misleiding
[c] De amusementswaarde
6. Attributen
7. Handelingen
[a] De normale handeling
[b] De valse handeling
[c] De heimelijke handeling
8. Positie
9. De hand
10. De gezichtshoek
11. Het één-vóór
('one ahead') principe
12. Vrouwelijke goochelaars
13. Het einddoel
II. SPEELKAARTEN (TERMINOLOGIE)
1. De kaarten
2. Enkele definities
3. Het uitspreiden van kaarten
4. Het ritsen van de kaarten
5. Dribbelen
6. Laten lopen
7. Bladeren
8. Getrukeerde kaarten
9. Sleutelkaart
10. Kaartcontrole
11. De wijze van vasthouden
12. Kaarten mengen
[a] Overhandschudden
[b] 'Hindoe shuffle'
[c] 'Riffle shuffle'
[d] Couperen
III. VALS MENGEN VAN KAARTEN
1. Vals overhands schudden
1. Onderste kaart onder
houden
2. Van boven naar onder
schudden
3. Van onder naar boven
schudde
4. Bovenste kaart boven
houden
5. 'Jog-shuffle'
6. Bovenste naar bepaalde
plaats schudden
B. 'Hindoe-shuffle'
1. De
bovenste kaarten boven houden
2. Vals
tonen van de kaarten
3. De
flushtratietelling ('Flushtration count')
C. 'Riffle-shuffle'
1. Bovenste
boven of onderste onder
2. De
schijn 'riffle-shuffle'
3. Heimlijk
omkeren van kaarten
D. Vals couperen
1. Schijnbaar
couperen
2. Slip
cut
3. Weg
couperen van de separatie
IV. VALS DELEN EN VALS
TELLEN
1. Voorbereidende handelingen
a. Heimelijk tellen
b. De duimtelling (thumb-count)
c. De dubbele afschuif ('double push-off')
2. Vals delen of neertellen
a. Het neerleggen van een dubbele kaart op tafel
3. Vals tellen
a. Buigtelling 1. ('Buckle count')
b. Buigtelling 2
c. De dubbele buigtelling
d. Kanttekeningen bij de buigtelling
e. De Hammantelling ('Hamman-count')
f. Heimelijk veranderen van het aantal kaarten
g. De Elmsley-telling 1 ('Elmsley-count')
h. De Elmsley-telling 2
i. Varianten op de Elmsley-telling
4. Meer tellen
a. Methode
1. De Buckley-telling ('Buckley count').
b. Methode
2
[1] Normale telling 1
[2] Normale telling 2:
[3] Valse telling
[4] Spooktelling
V. KAARTVERWISSELINGEN
1. Dubbele omdraai ('double
turnover')
a. De
bovenste dubbel omdraaien
b. Dubbeleomdraai
van onder en vanuit het midden
2. De meervoudige opname
3. De werpverwisseling.
('throw change')
4. De duimval ('thumb drop')
5. De glij. (the glide)
6. Omdraai verwisselingen
a. De
eigenlijke verwisseling
b. Metode
1: De Curryverwisseling
c. Metode
2: De Van-Rheeverwisseling 1
d. Metode
3: Van-Rheeverwisseling 2
7. De meksikaanse omdraai.
(Mexican turnover)
8. 'Second deal' verwisselingen
a. De
voorwaartse second deal
b. De
zijwaartse second deal
9. De bovenste en onderste
verwisseling. ('Top- en bottom change')
a. Een
dun pakje kaarten
b. De
bovenste verwisseling, algemene metode
c. De
wrijfverwisseling
10. De flitsverwisseling
VI. KAARTEN LOKALISEREN,
CONTROLEREN EN PALMEREN
1. Kaart lokaliseren
a. Het
markeren van de plaats
b. Het
vals insteken van een kaart
[1]. De zijuitsteek
[2]. Het doorsteken
[3]. De Jerry Andrus metode
c. Het
merken van een kaart
[1]. De kreukel ('crimp')
[2]. Nagel merk
d. De
toeschouwers bekijking
2. Stelen en palmeren
2a. De klassieke palmage
a. De
bovenstepalmage (top palm)
b. Meerdere
kaarten van boven palmeren
c. Eénhands
bovenstepalmage
d. De
zijdiefstal (Side steal).
[1]. Van uit de zijuitsteek
[2]. Direct uit het pak
[3]. De onderste diefstal
[4]. De tweede kaart
[5]. Na de Biddlebeweging
2b. Andere palmages.
a. De
vingertoppalmage
b. De
dwarse duimpalmage
3. Andere controles
a. De
glijcontrole (bottom replacement)
b. Meervoudige
overgang (multiple pass)
c. De
volte
d. De
zijdiefstalcontrole
VII. GEDWONGEN KEUZE
1. De coupeer methode
3. De psychologische lint
methode
4. De directe methode
5. De dribbel methode
6. De pakjes methode
7. Keuze uit meerdere mogelijkheden
a. Via
de kleur
b. Via
handen opleggen
c. Via
een getal
8. Twee personen de zelfde
kaart
9. Slepen
VIII. EFFECTEN MET NORMALE
SPEELKAARTEN
1. Azen entree 's
a. Azen
direct couperen
b. Koningen
veranderen in azen
c. Mysterieuze
veranderingen
d. Verhuizende
azen
2. Vier azen effecten
a. Basis
principe
b. Metode
1
c. Metode
2
d. Metode
3
3. Doe mij na. ( do as I
do )
4. Oefen effekten voor de
dubbele omdraai
a. De
saltokaart
b. Verkeerde
kans ?
5. Aas twee drie, mentale
routine
6. Eén van de vijf
7. Mentale controle
8. Mentale kontrole vervolg
9. Veranderende ruggen
10. De vervlogen kaart
11. Drie kansen nemen
12. Verdwijnende azen
13. Verdraaide kaarten
14. Kaart naar zak
IX. GEPREPAREERDE KAARTEN
1. Getrukeerde kaarten
a. Dubbele
rug en dubbele beeld kaarten
[1]. Meervoudige verwisseling
[2]. Bedekking van een dubbele beeldkaart
[3]. Forceren met een dubbele rugkaart
2. Voorgesorteerde pakken
3. Gemerkte kaarten
4. Forceer spelen
5. Het éénrichting
pak
6. Het KORT-LANG pak
a. Het
vals laten lopen van de kaarten
b. Vals
couperen
c. Vals
schudden
d. Vals
uitspreiden
e. Dribbelen
f. Dubbel
lift
g. Gedwongen
keus
7. Schuin gesneden kaarten
8. Gereduceerde keus pakken
9. Pakken met ruw-glad kaarten
X. EFFECTEN MET GEPREPAREERDE
PAKKEN EN KAARTEN
1. Joker telt voor alles
2. Rood-blauw transpositie
3. Kaart uit enveloppe
4. Rode kaart in blauwe
pak
5. Voorspelling op kaart
6. Effecten met Svengali
pakken
a. Matcho
b. Mentale
stop
c. Verwisseling
7. Vier azen effekt met
dubbele beeld kaarten 1
8. Vier azen effekt met
dubbele beeld kaarten 2
9. Rood-blauw transpositie
XI. MUNTEN (EN ANDERE
KLEINE VOORWERPEN)
1. Attributen
2. Palmeren
a. De
vingerpalmage
b. De
klassieke palmage
c. De
vingerklem ('finger-pinch').
d. De
duimpalmage
e. De
Goshmanklem ('Goshman-pinch').
f. De
randpalmage ('edge-palm')
g. De
voorpalmage ('front-palm')
h. De
vleespalmage ('flesh-palm')
i. De
vingertop- en nagelpalmage
3. Valse overgangen
a. Het
vals overgeven van een munt van de ene hand naar de
andere
hand
[1]. Methode
[2]. Methode 2
[3]. Methode 3
[4]. Methode 4
[5]. Methode 5
[6]. De Van Rhee pendelovergangen
b. Vals
overnemen
[1]. De Ramseyverdwijning ('Ramsey-vanish'):
[2]. De Tourniquet ('French drop').
c. Meerdere
munten vals overgeven of nemen
[1]. De achterhoud methode
[2]. Verwissel overname.
d. Klikovergangen
[1]. De klassieke overgang 1
[2]. De kalssieke overgang 2.
[3]. De Van Senus overgang
[4]. De Van Rhee klikovergang 1
[5]. De Van Rhee klikovergang 2
4. Muntverwisselingen
a. De
duimpalmageverwisseling
b. De
vingerpalmageverwisseling
c. De
palm-klemverwisseling
[1]. De heen beweging
5. Heimelijke overgangen
a. Heimelijk
overnemen.
[1]. De Van Rhee methode 1
[2]. De Van Rhee methode 2.
[3]. De klassieke vuistdiefstal.
[4] De Gary Kurz methode
b. Heimelijk
overgeven
c. De
onderstediefstal
d. Stelen
van een andere plaats
e. Het
Han Ping Chien principe
f. Vals
neergooien.
XII. EFFECTEN MET MUNTEN
1. Oefen routines voor munten
a. Oefen
routine 1
b. Oefen
routine 2
2. Munten plukken
a. Benodigdheden
b. Voorbereiding
c. Vertoning
3. Munten naar schotel 1
a. Effect
b. Benodigdheden
c. Voorbereiding
d. Vertoning
4. Munten naar schotel 2
5. Munten naar glas
a. Effect
en benodigdheden
b. Vertoning
6. Chinese munten mysterie
7. Munten twee maal door
de tafel
a. Routine
1
b. Routine
2
XIII. BEKERS EN BALLEN
1. Manipulaties
a. Terminologie
b. Het
vals overnemen van een sponsbal
c. Het
heimelijk laden van de bekers
[1]. Samen met ander bal
[2]. De vallading:
[3]. De kantellading
[4]. De vingertoplading
[5]. De leeg-toon lading
[6]. De bijvoeglading
d. Het
vals laden van bekers
e. Het
vals leeg tonen van een beker
[1]. De veeg metode
[2]. De gewone omkeer metode
f. Het
stelen van een bal
[1]. Tijdens het plaatsen van een beker over de bal
[2]. Veeg en klem metode
[3]. Tijdens het verschuiven van een beker
2. Bekerspelroutine
b. Vertoning
c. Verschijnen
van drie ballen
d. Ballen
worden onzichtbaar via de opening in de bekers gegooid
e. De
ballen passeren onzichtbaar door de bodem
f. De
ballen worden schijnbaar gestolen
g. Linker
en rechter bal gaan naar het midden
h. De
onzichtbare kleine en grote sprong
i. Ballen
in de lift
j. Het
rollen van onzichtbare ballen
k. De
climax
3. Bal met kom
a. Voorbereiding
b. Vertoning
c. De
onzichtbare vlucht van de bal van de linker zak naar de kom
d. De
onzichtbare vlucht van de bal van de rechter zak naar de
kom
e. Tweede
vlucht van rechter zak naar kom
f. De
produktie van de dobbelsteen
g. Produktie
van de noot
4a. Balletjes op vuist
a. Het
plaatsen
b. Het
wegnemen
c. Het
vals plaatsen op de vuist
d. Het
vals wegnemen
[1]. Identieke voorwerpen
[2]. Ongelijke voorwerpen
e. Het
heimlijk laden van de fuist
f. Het
stelen uit de vuist
4b. Ballejes op vuist routine
a. Benodigdheden
c. Vertoning
d. Entree
van de balletjes
e. De
onzichtbare overgang van linker- naar de rechterhand
f. Bal
uit zak naar vuist
g. Dobbelsteen
en balletjes
h. Climax
XIV. DRAAD, TOUW EN LINT
1. Touwroutine 1
a. Vals
knippen van 3 touwen
b. Het
vals tonen van 3 touwen
c. Van
3 gelijke naar 3 ongelijke lengtes en terug
d. Het
één geheel maken van 2 touwen
e. Doorknippen
en weer heel maken
f. Touw
met schaar
g. Eén
geheel maken van 2 losse stukken
2. Touwroutine 2
a. Benodigdheden
b. Preparatie
c. Vertoning
3. Pluisdraad
a. Benodigdheden
b. Voorbereiding
c. Vertoning
XV. PEDDELS
1. De vorm
2. De peddelbeweging
3. Beeld verandering
4. Gewone peddels
a. De
gekleurde stip peddel
b. Geld
produktie
c. Relatieve
cijfers pedde
5. Bijzondere peddels
a. Peddel
met maskering
b. Peddelbeweging
met 2 dobbelstenen
XVI. DE SCHAAL EN DE FLAP
1. Vermenigvuldigende ballen
2. De muntschaal
3. De flap
a. Leien
b. Het
verdwijn-doosje
c. De
muntschaal als flap
XVII. PAPIER SCHEUREN
1. De directe manier
2. Verbeteringen
a. Benodigdheden
b. Vertoning
3. Met uitleg
a. Salon-
toneelvariant
b. Close-up
variant
4. Speelkaart scheuren
XVIII. SPECIALE EFFECTEN
1. Wandelende munten
a. Benodigdheden
b. Basis
beweging
c. Voorbereiding
d. Vertoning
2. Ring aan stokje
3. E. S. P. kaarten. (E.
S. P. = Extra Sensory Perception).
a. Effekt
1
b. Effekt
2
1. Vertoning
2. Eerste Experiment
3. Telepatische dwang
4. Gedachten lezen
5. Willekeurige coïncidentie
6. Laatste kaart
4. Verdraaide draai
a. Benodigdheden
b. Voorbereiding
c. Vertoning
5. Samenkomst van vier (Four
assembly) effecten
a. Vier
sponsjes en twee zakdoeken
b. Flessen
doppen
6. Het Okito doosje
a. Heimelijk
omkeren tijdens het afsluiten 1
b. Heimelijk
omkeren tijdens het afsluiten 2.
c. Heimelijk
omkeren tijdens het openen 1.
d. Heimelijk
omkeren tijdens het openen 2.
e. Routine
met Okitodoosje
7. De binnenste buiten kaart.
( the inside-out card )
XIX. IETS OVER DE PRESENTATIE
1. Inleiding
2. Het uitgangspunt
3. Waarom presentatie
4. Afleiding en misleiding
5. De amusementswaarde
6. Komedie
7. Psychologische opbouw
GALERIJ DER PROMINENTEN
JEAN PAUL
Jean Paul met één
oog
ARNOUD VAN DELDEN
Chinese munt aan koord
Benodigdheden
Voorbereiding
Vertoning
MARCONICK
1. Een kettingreactie
Benodigdheden
Preparatie
Vertoning
2. Doekverschijning in knoop
Benodigdheden
Vertoning
JOSLI
Josli's azen entree
a. Productie
van de eerste aas
b. Productie
van de tweede aas
c. Productie
van de derde aas
PETER PELLIKAAN
Peter Pellikaans vals coupeer
methode
a. De
basis handelingen
b. Variant
c. Vier
azen entree
FL!P
1. Drie biljet verwisselingen
a. Verwisseling
1
b. Verwisseling
2
c. De
FL!P-verwisseling
2. Bankbiljet-ACE
a. Voorbereiding
en benodigdheden
b. Vertoning
3. EFFE MEER EFEMEER*, een
mentalusie
a. Preparatie
b. Vertoning
4. Minder is meer, hoewel.......
a. Effecten
b. Benodigdheden
en voorbereiding
c. Vertoning
FERRY (goochelaar cum
fraude)
IZISRECOV
1. Presentatie
a. Inleiding
b. Interactie
met toeschouwer
c. Uitleg
sterrenbeeld
d. Onthulling
voorspelling
e. Afronding |